ECLI:NL:RBNHO:2016:6062
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorlopige omgangsregeling tussen donorvader en kind uit lesbisch huwelijk
De zaak betreft een verzoek van de donorvader om een voorlopige omgangsregeling te treffen met zijn kind, geboren uit een lesbisch huwelijk waarvan de relatie tussen de moeders is verbroken. De vader heeft het kind sinds maart 2016 niet meer gezien, nadat de moeder de omgang tijdelijk stopzette wegens zorgen over het welzijn van het kind.
De rechtbank weegt de belangen van alle betrokkenen en stelt vast dat de vader een stabiele factor is geweest in het leven van het kind en dat het belang van het kind bij het herstellen van contact voorop staat. De moeder voert aan dat het contact moeilijk uitvoerbaar is en dat het kind emotionele problemen vertoont door het onregelmatige contact.
De rechtbank oordeelt dat het contact met de vader en het broertje zo spoedig mogelijk moet worden hersteld met een hoge frequentie, en stelt een voorlopige omgangsregeling vast waarin het kind om de twee weken een weekend bij de vader verblijft. Tevens adviseert de rechtbank de ouders om hulpverlening te zoeken om de communicatie te verbeteren.
Uitkomst: De rechtbank stelt een voorlopige omgangsregeling vast waarbij het kind om de twee weken een weekend bij de donorvader verblijft.