Op 29 maart 2016 werd bij de bagagecontrole op Schiphol een koffer van verdachte uit Sao Paolo met bestemming Alicante onderzocht vanwege een afwijkend scanbeeld. In de koffer werden 11 pakketten met in totaal 2030,1 gram cocaïne aangetroffen, professioneel verstopt in een dubbele kunststof binnenwand.
Verdachte verklaarde dat hij de koffer had gekocht in een tweedehandswinkel in Sao Paolo en niet wist van de cocaïne erin. De rechtbank achtte deze verklaring ongeloofwaardig vanwege het gewicht, de verzegeling en de professionele wijze van verbergen van de drugs.
De rechtbank concludeerde dat verdachte willens en wetens de cocaïne had ingevoerd en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 20 maanden, rekening houdend met zijn leeftijd en persoonlijke omstandigheden. De straf is onvoorwaardelijk en sluit aan bij de richtlijnen van het LOVS.
De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging en stelde vast dat verdachte strafbaar is voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De tijd van voorarrest wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf.