ECLI:NL:RBNHO:2016:5933
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opzettelijke invoer van cocaïne op Schiphol
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk invoeren van cocaïne via Schiphol op of omstreeks 26 maart 2016.
De officier van justitie vorderde een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, terwijl de verdediging stelde dat verdachte niet op de hoogte was van de cocaïne in haar koffer en daarom geen opzet kon hebben. Verdachte verklaarde consistent dat zij haar koffer, die rond de 10 kilo woog bij het inchecken, zelf had meegenomen en pas later spullen had toegevoegd, waarna de koffer als ruimbagage werd afgegeven.
De rechtbank oordeelde dat het wettig en overtuigend bewijs ontbrak dat verdachte wist van de cocaïne in haar koffer. De verklaringen van verdachte werden als consistent en niet ongeloofwaardig beoordeeld, mede ondersteund door getuigenverklaringen. Het gewicht van de koffer en het label “limited release” boden onvoldoende aanwijzingen dat verdachte bewust drugs vervoerde.
Daarom werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. De rechtbank erkende dat het niet gebruikelijk is dat een organisatie drugs aan een onwetend persoon meegeeft, maar kon dit onder de gegeven omstandigheden niet uitsluiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij wist van de aanwezigheid van cocaïne in haar koffer.