Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
mr. J.M. Sassenburgen
mr. C.A.J. van Yperen, leden van de meervoudige kamer, hierna: de voorzitter en gezamenlijk de rechters.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster heeft op 16 juni 2016 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters van de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, wegens vermeende partijdigheid. De gronden waren het ontbreken van een pleegplaats in de tenlastelegging en de afwijzing van een verzoek tot aanhouding van de behandeling voor het opmaken van een reclasseringsrapportage.
De voorzitter van de kamer lichtte toe dat het ontbreken van één pleegplaats in de tenlastelegging een procesfeitelijke opmerking was en niet duidde op vooringenomenheid. Tevens werd benadrukt dat de officier van justitie de tenlastelegging te allen tijde kan wijzigen. Ten aanzien van het afwijzen van het aanhoudingsverzoek stelde de rechtbank dat het een gemotiveerde procesbeslissing betrof die niet onbegrijpelijk was en geen aanwijzing gaf voor partijdigheid.
De wrakingskamer oordeelde dat noch de subjectieve toets (de vrees van verzoekster) noch de objectieve toets (de feiten en omstandigheden) grond gaf voor wraking. Het verzoek werd daarom afgewezen en het proces werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
De beslissing werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter P.G. Vroom en leden A.E. Patijn en B. Liefting-Voogd, in aanwezigheid van griffier M. van Randeraat. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.