De Faunabeheereenheid kreeg ontheffing voor het vangen en doden van grauwe, brand- en Canadese ganzen met CO2, inclusief het gebruik van middelen om de ganzen bijeen te drijven. De Faunabescherming stelde dat deze ontheffing onrechtmatig was omdat middelen om ganzen bijeen te drijven niet in de wet waren toegestaan.
De rechtbank oordeelde dat het middel CO2 wel is toegelaten, maar het gebruik ervan onlosmakelijk verbonden is met het bijeen drijven van ganzen. Omdat middelen om ganzen bijeen te drijven niet expliciet in het Besluit beheer en schadebestrijding dieren (Bbsd) zijn genoemd en volgens eerdere jurisprudentie niet zijn toegestaan, is de ontheffing onrechtmatig verleend.
Verder concludeerde de rechtbank dat de ontheffing niet beperkt was tot de noodzakelijke locaties en dat de Faunabeheereenheid onvoldoende alternatieven had onderzocht. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en wijst de aanvraag af. Tevens wordt het griffierecht aan de Faunabescherming vergoed.