Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.InleidingOmstreeks 2 uur in de nacht van maandag 23 op dinsdag 24 juni 2014 is de meldkamer van de politie te Alkmaar gebeld door getuige [getuige] met de mededeling dat hij door verdachte [verdachte 1] (hierna: verdachte) is gebeld. Verdachte heeft getuige verteld dat zijn broer [slachtoffer] (hierna ook: het slachtoffer) het leven niet meer zag zitten en dat hij zojuist zijn broer had doodgeschoten. Het lichaam van het slachtoffer zou zich bevinden in de woning aan de [adres] te Alkmaar. De ter plaatse aangekomen verbalisanten hebben de voordeur van de woning geforceerd en hebben de woning betreden. In de woonkamer lag een man op een bed met een bebloed hoofd. In de rechterhand van de man is een zilverkleurig vuurwapen aangetroffen en vastgesteld is dat de man is overleden. Gelet op de omstandigheden waaronder het lichaam is aangetroffen, alsmede de verklaring van verdachte is een grootschalig politieonderzoek (TGO) gestart onder de naam 10 MERU.
4.Bewijs
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
moord
6.Strafbaarheid van verdachte
uitdrukkelijk en ernstig verlangen’ moet worden verstaan
een ondubbelzinnig kenbaar maken van een serieuze, weloverwogen en duurzame wil, verbaal of non-verbaal, door iemand die geestelijk niet in de war is. Een eenmalig geuit verlangen is zeker niet toereikend.
NJ 2000, 89en rechtbank Alkmaar 9 juli 2002,
NJ 2002, 635). Objectief gezien is er geen sprake van een drang waaraan verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon bieden. De handeling van verdachte, te weten het doodschieten van zijn broer, doorstaat evenmin de toets van subsidiariteit en proportionaliteit. Verdachte komt derhalve niet een gerechtvaardigd beroep op psychische overmacht toe.
7.Motivering van de sancties
Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 25 juni 2014, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake onder meer vermogensdelicten, vernieling en bedreiging tot een voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf (jeugddetentie) en werkstraffen is veroordeeld. Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.
psychiatrisch onderzoek pro justitia,gedateerd 16 oktober 2014, opgesteld door H.S. Backer (kinder- en jeugd)psychiater.
psychologisch onderzoek pro justitia, gedateerd 19 oktober 2014, opgesteld door drs. M.F. Petit, GZ-psycholoog.
advies van de Raad voor de Kinderbescherming, gedateerd 16 december 2014, opgesteld door mw. E. Smit, raadsonderzoeker.
adviesrapport van de Jeugdreclassering, gedateerd 2 december 2014, opgesteld door mw. M.J. Mostert, reclasseringswerker.
psychiatrisch onderzoekblijkt onder meer het navolgende.
psychologisch onderzoekblijkt onder meer het navolgende.
advies van de Raad voor de Kinderbescherming(hierna: de Raad) blijkt het navolgende.
adviesrapport van de Jeugdreclasseringblijkt het navolgende.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
tweehonderdtweeëndertig (232) dagen.