Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
,
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer trad in 2008 in dienst bij de werkgever als productiemedewerker. Vanaf 2011 nam de motivatie van de werknemer af, wat leidde tot problemen en officiële waarschuwingen in 2013 vanwege het niet naleven van redelijke opdrachten en het verstrekken van valse informatie.
In 2014 meldde de werknemer zich ziek, maar ondanks aangepaste werkzaamheden en meerdere deskundigenoordelen die aangaven dat hij in staat was om gedeeltelijk te werken, weigerde hij zijn werkzaamheden te hervatten. De werkgever stelde een loonstop in en verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen.
De werknemer voerde verweer dat hij ziek was en voldoende inspanningen leverde, maar de kantonrechter oordeelde dat de werknemer zonder gegronde reden zijn re-integratieverplichtingen niet nakwam. Gezien het ernstige verwijt en het ontbreken van contact na waarschuwingen, werd de ontbinding per 1 oktober 2015 uitgesproken zonder toekenning van transitievergoeding.
De kantonrechter bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 oktober 2015 zonder toekenning van transitievergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer.