De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte veroordeeld voor poging tot zware mishandeling, meerdere mishandelingen en vernieling van een ruit, gepleegd tegen zijn toenmalige vriendin en anderen in Hoofddorp en Amsterdam.
De feiten strekken zich uit over ongeveer een jaar en betreffen onder meer het schoppen en slaan van het slachtoffer, het gooien van een hard voorwerp tegen een ruit en bedreigingen. Diverse medische verklaringen, getuigenverklaringen en proces-verbalen ondersteunden de bewezenverklaring van de feiten.
De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs, waaronder het primaire feit van zware mishandeling en bedreigingen met een mes. De straf is bepaald op 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, inclusief meldplicht en behandelverplichting.
De ernst van de feiten, de relatie tussen verdachte en het slachtoffer, en eerdere veroordelingen voor huiselijk geweld zijn zwaar meegewogen. De rechtbank achtte een gedeeltelijk voorwaardelijke straf passend, mede vanwege de problematiek van verdachte op het gebied van agressieregulatie.
De voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar gesteld en het reclasseringstoezicht is opgedragen de naleving te bewaken en begeleiding te bieden.