Eiseres maakte bezwaar tegen de verlening van een omgevingsvergunning aan een derde belanghebbende voor een interne verbouwing in een appartementencomplex. Zij stelde dat de verbouwing niet voldeed aan de brandveiligheids- en constructieve eisen van het Bouwbesluit, met name vanwege uitsparingen in dragende wanden die niet brandwerend waren uitgevoerd.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente Haarlem de aanvraag zorgvuldig had getoetst aan het Bouwbesluit, mede op basis van een statische berekening van een bouwtechnisch adviesbureau. Eiseres had haar vrees onvoldoende concreet onderbouwd en had geen deskundige ingeschakeld om twijfel te zaaien over de toetsing.
Verder stelde eiseres dat de sloopwerkzaamheden illegaal waren omdat geen melding was gemaakt van de aanvang. De rechtbank stelde vast dat voor de geringe hoeveelheid sloopafval geen sloopmelding of vergunning vereist was. Ook het voorschrift in de vergunning over het melden van de aanvang van de bouw was niet relevant omdat de vergunning pas na de werkzaamheden was verleend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Duin op 8 juli 2015.