ECLI:NL:RBNHO:2015:5480
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Kraefft
- I.M. Ludwig
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bevel tot zorgverbod huisarts wegens tekortschietende palliatieve zorg
In deze bestuursrechtelijke zaak staat het beroep centraal tegen het herroepen bevel van de inspecteur voor de volksgezondheid, dat een huisarts verbood zorg te verlenen in zijn praktijk. Het bevel was gebaseerd op ernstige tekortkomingen in de zorgverlening rondom het overlijden van een patiënt in de laatste levensfase, waarbij sprake was van acuut gevaar voor de volksgezondheid.
De inspecteur had het bevel gegeven op grond van artikel 8, vierde lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen, na ontvangst van het strafrechtelijk dossier van het Openbaar Ministerie. De rechtbank toetst of het bevel in redelijkheid kon worden gegeven en concludeert dat de huisarts op meerdere essentiële competenties tekort was geschoten, zoals onvoldoende supervisie van een huisarts in opleiding, gebrekkige overdracht aan de huisartsenpost en het toedienen van hoge doses morfine en Dormicum zonder adequate medische onderbouwing.
Hoewel het bevel later is herroepen na het overlijden van de huisarts, heeft de rechtbank geoordeeld dat eisers belang hebben bij de beoordeling vanwege aantasting van hun eer en materiële schade. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het bevel terecht was gegeven, waarbij de inspecteur een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beschermen van de volksgezondheid.
Uitkomst: Het bevel om de huisarts te verbieden zorg te verlenen was terecht gegeven en het beroep tegen het herroepen besluit is ongegrond verklaard.