Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 juni 2015 in de zaak tussen
[X], wonende te [Z], eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Zaanstad, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
1 De bouwwerkzaamheden
Rechtbank Noord-Holland
Eiser diende een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het slopen en vervangen van een agrarisch bijgebouw. Verweerder legde een aanslag leges op, die na bezwaar werd verminderd. Eiser stelde beroep in tegen de hoogte van de leges, de toepassing van het tarief en het in rekening brengen van welstandscommissieleges.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een geldige uitspraak op bezwaar en dat eiser niet onrechtmatig in zijn procesbelang was geschaad. Het verzoek om gehoord te worden werd afgewezen omdat eiser hier niet vooraf om had gevraagd. De rechtbank stelde vast dat het juiste tarief voor agrarische bouwactiviteiten was toegepast en dat de leges in verhouding stonden tot de werkzaamheden, conform jurisprudentie.
Ten aanzien van de welstandscommissie overwoog de rechtbank dat toetsing door een gemandateerd lid als behandeling door de commissie geldt, waardoor de leges terecht zijn geheven. De inhoudelijke beoordeling van de noodzaak van de welstandscommissie behoort niet tot de belastingrechter. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslag wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.