Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 17 juli 2014 (proces-verbaal nummer PL1100-2014108954);
- het proces-verbaal verhoor getuige van [getuige 1] d.d. 31 juli 2014 (proces-verbaal nummer PL1100-2014108954-4);
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 8 november 2014 (dossierpagina 127, 128);
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 november 2014 (dossierpagina 130-137)
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 29 september 2014 (dossierpagina 143, 144);
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 november 2014 (dossierpagina 148);
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 december 2014 (dossierpagina 149,150).
Gelet op het voorgaande is niet aannemelijk dat de gebruikte voorwerpen uit de schuur van [getuige 3] aan de [adres 6] zijn gestolen en door iemand anders bij de brandstichting zouden zijn gebruikt.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
Daarnaast acht de rechtbank een aantal bijzondere voorwaarden noodzakelijk.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
€ 34.461,75, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 207 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.