Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Vonnis in de zaak van:
Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland, gevestigd en kantoorhoudende te Alkmaar
[Gedaagde], wonende te [plaats]
Rechtbank Noord-Holland
De huurder huurt sinds 2009 een woning van Woonwaard. Woonwaard stelt dat de huurder het gehuurde zonder toestemming onderverhuurt en niet haar hoofdverblijf in de woning heeft, wat leidt tot overlast voor omwonenden. Diverse meldingen, huisbezoeken en politiegegevens ondersteunen deze stellingen.
De huurder en haar bewindvoerder betwisten dit en stellen dat zij wel haar hoofdverblijf in de woning heeft en dat er geen sprake is van onderverhuur of overlast. De kantonrechter oordeelt dat de bewindvoerder onvoldoende bewijs heeft geleverd ter onderbouwing van dit verweer.
De kantonrechter overweegt dat de huurder tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door het onderverhuren en het niet hebben van haar hoofdverblijf, wat strijd oplevert met de wettelijke bepalingen en huurvoorwaarden. De overlast is onvoldoende gemotiveerd betwist en komt vast te staan.
De huurovereenkomst wordt ontbonden en de bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken na betekening van het vonnis, met afgifte van de sleutels. Tevens worden de proceskosten en nakosten aan de zijde van Woonwaard toegewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de woning moet binnen vier weken worden ontruimd wegens onderverhuur zonder hoofdverblijf en overlast.