Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Vonnis in de zaak van:
[naam], wonende te [Plaats]
Gulf Oil Nederland B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Den Helder
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een geschil tussen een statutair directeur en Gulf Oil Nederland B.V. over de voortzetting van de arbeidsovereenkomst en de betaling van een dertiende maand na het aftreden van de directeur. De werknemer was statutair bestuurder tot 1 augustus 2012 en ontving jaarlijks een dertiende maand. Na haar aftreden bleef zij werkzaamheden verrichten, maar Gulf Oil stopte de betaling van de dertiende maand in 2013.
De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsovereenkomst niet was geëindigd na het aftreden, waardoor de bestaande arbeidsvoorwaarden, waaronder de dertiende maand, werden voortgezet. Gulf Oil deed vervolgens een eenzijdig wijzigingsvoorstel om de dertiende maand te schrappen, wat getoetst werd aan het Stoof/Mammoet-arrest. Gezien de gewijzigde functie en taken van de werknemer was het voorstel redelijk en kon van de werknemer niet worden verlangd dit te weigeren.
De vordering van de werknemer tot betaling van de dertiende maand over 2013 en 2014 werd daarom afgewezen. Ook de vordering van Gulf Oil tot terugbetaling van een vermeende onverschuldigde betaling over 2012 werd afgewezen. Beide partijen werden in het ongelijk gesteld en droegen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van werknemer en werkgever worden afgewezen en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.