ECLI:NL:RBNHO:2015:1459
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Weigering drank- en horecavergunning wegens sluiting horeca-inrichting op grond van Opiumwet
Verzoekster, leidinggevende en eigenaar van een horecagelegenheid, verzocht om een drank- en horecavergunning. Deze werd geweigerd omdat de inrichting een jaar gesloten was geweest op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van cocaïne.
Verzoekster stelde dat zij slechts op papier leidinggevende was en dat zij geen verwijt treft voor de overtreding. De rechtbank oordeelde dat zij als leidinggevende verantwoordelijk is voor wat er plaatsvindt in de niet-openbare ruimtes van de inrichting, ook al was er een beveiligingscamera en een portier aanwezig.
De rechtbank vond het niet aannemelijk dat verzoekster geen verwijt treft en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De weigering van de vergunning is terecht en de financiële gevolgen voor verzoekster spelen hierbij geen rol.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en griffier op 24 februari 2015. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de drank- en horecavergunning wordt afgewezen.