ECLI:NL:RBNHO:2015:1357
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van circa 3 kilogram cocaïne via Schiphol
Op 10 oktober 2014 werd verdachte op Schiphol aangehouden met een rugtas waarin circa 3065,9 gram cocaïne was verborgen. Verdachte bekende dat hij wist dat hij drugs vervoerde en hiervoor een geldbedrag zou ontvangen.
De rechtbank verwierp diverse verweren van de verdediging, waaronder onrechtmatige aanhouding, het niet correct geven van de cautie in de taal van verdachte, schending van het consultatierecht en onjuiste gewichtsbepalingen. De rechtbank oordeelde dat verdachte geen nadeel had ondervonden en dat de verweren geen grond boden voor bewijsuitsluiting.
De rechtbank stelde vast dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de grotere hoeveelheid cocaïne, omdat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het om een hoger gewicht ging dan hij dacht. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.
De straf werd bepaald gelet op de ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne bestemd voor handel en de maatschappelijke gevolgen van drugshandel. De rechtbank zag geen aanleiding af te wijken van de gebruikelijke strafmaat voor dergelijke feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van circa 3065,9 gram cocaïne.