ECLI:NL:RBNHO:2015:1341
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid verzwegen partner voor ten onrechte betaalde bijstand
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar, waarin eiser hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld voor ten onrechte betaalde bijstand aan zijn verzwegen partner over de periode van 23 september 2010 tot en met 31 juli 2013.
Eiser erkende de gezamenlijke huishouding maar voerde aan dat hem geen verwijt valt te maken omdat hij beperkte verstandelijke vermogens heeft en geen ervaring met uitkeringen. De rechtbank oordeelde dat voor terugvordering niet vereist is dat eiser op de hoogte was van de bijstandsverlening en dat de stelling van geringe verstandelijke vermogens onvoldoende onderbouwd was.
Verder stelde eiser dat recht op aanvullende bijstand bestond en dat verweerder nader onderzoek had moeten doen, maar de rechtbank stelde vast dat eiser geen concrete en verifieerbare gegevens had aangeleverd. Ook wees de rechtbank het beroep af dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat er bijzondere omstandigheden waren die onaanvaardbare sociale of financiële consequenties opleverden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de hoofdelijke aansprakelijkheid voor ten onrechte betaalde bijstand wordt ongegrond verklaard.