ECLI:NL:RBNHO:2015:11034
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak Poolse verdachten moord op landgenote wegens gebrek aan wettig bewijs
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak van twee Poolse verdachten die werden verdacht van het met voorbedachten rade doden van een landgenote in de periode juni tot september 2002 in Landsmeer. De officier van justitie en de verdediging bepleitten beiden vrijspraak.
Het onderzoek startte na een verklaring van een verdachte aan de Engelse politie in 2012, waarin zij haar ex-partner beschuldigde van verkrachting en moord op het slachtoffer, wiens stoffelijk overschot later op een camping in Landsmeer werd gevonden. Forensisch onderzoek kon de doodsoorzaak niet met zekerheid vaststellen, hoewel een incompleet tongbeen mogelijk op verwurging wees.
De verklaringen van de verdachten verschilden op cruciale punten en er was sprake van afstemming tussen hen. Ondanks vele getuigenverhoren en onderzoekshandelingen ontbrak wettig en overtuigend bewijs dat de verdachten het slachtoffer hebben gedood. De rechtbank oordeelde dat de belastende verklaringen onvoldoende waren en sprak de verdachten vrij.
Uitkomst: Verdachten worden vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor moord.