Op 21 mei 2015 sprak aangever af met een derde om wiet te kopen. Bij het station van Schagen stapten verdachte en een medeverdachte achterin de auto van aangever. Na een discussie over het tonen van geld of wiet trok verdachte een vuurwapen en schoot vrijwel direct, waarbij aangever in zijn rechterbovenarm werd geraakt.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte met voorwaardelijk opzet handelde en de aanmerkelijke kans aanvaardde dat aangever zou overlijden. Verdachte voerde dat het vuurwapen per ongeluk afging, maar dit werd ongeloofwaardig geacht. Verdachte had het wapen bij zich om aangever te beroven, wat ook uit het dossier bleek.
De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen, omdat nauwe samenwerking niet bewezen was. Verdachte werd veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, mede vanwege zijn justitiële voorgeschiedenis en het feit dat hij niet meewerkte aan psychologisch onderzoek. De straf werd passend geacht gezien de ernst van het feit en de omstandigheden.