Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
dieafbeelding in de tenlastelegging voldoet de dagvaarding niet aan de in art. 261, eerste lid, Sv gestelde eis van opgave van het feit.
ECLI:NL:HR:2014:1497).
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 augustus 2014 afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van[betrokkene 3] namens [slachtoffer 1] d.d. 29 januari 2014 (PL10RR-2014008823-1) (dossierpagina’s 133 tot en met 139);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Emerentia Alida Clazina Bruin inhoudende het studioverhoor van [slachtoffer 1] d.d. 4 februari 2014 (dossierpagina’s 141 en 172);
- een uittreksel uit het geboorteregister ten name van [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] (dossierpagina 173);
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 augustus 2014 afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 1] namens [slachtoffer 2] d.d. 23 januari 2014 (PL10RR-2014004946-1) (dossierpagina’s 87 tot en met 97);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Liesbeth Wiegant (PV2014 004946) inhoudende het studioverhoor van [slachtoffer 2] d.d. 28 januari 2014 (dossierpagina’s 99 en 117);
- een uittreksel uit het geboorteregister ten name van [slachtoffer 2], geboren te[geboortedatum 3] (dossierpagina 118);
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 augustus 2014 afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van[betrokkene 2] namens[slachtoffer 3] d.d. 7 februari 2014 (PL10RR-2014012575-1) (dossierpagina’s 179 tot en met 183);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten Jan van Leeuwen en Irene Schaafsma inhoudende het studioverhoor van[slachtoffer 3] d.d. 10 februari 2014 (dossierpagina’s 184 tot en met 189);
- een uittreksel uit het geboorteregister ten name van[slachtoffer 3], geboren te[geboortedatum 3](dossierpagina 190).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
.
9.Beslissing
8 (ACHT) MAANDEN.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 5 (VIJF) jaren.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.100,00 (een duizend en een honderd euro), bestaande uit
21 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.405,44 (twee duizend en vier honderd en vijf euro en vier en veertig cent), bestaande uit € 1.500,00 voor de materiële en € 905,44 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 juni 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.
34 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
€ 1.054,25 (een duizend en vier en vijftig euro en vijf en twintig cent), bestaande uit € 1.000,00 voor de materiële en € 54,25 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.
20 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.