Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde/eiser1],
[gedaagde/eiser2],
1.[gedaagde3],
[gedaagde4],
Rechtbank Noord-Holland
Deze zaak betreft een herstelvonnis van de Rechtbank Noord-Holland van 23 juli 2014, waarin een eerdere uitspraak van 25 juni 2014 werd verbeterd vanwege een kennelijke verschrijving in het dictum over de proceskostenveroordeling.
De onderliggende zaken betreffen een geldleningsovereenkomst waarbij gedaagden zich als borg stelden voor een schuld van een ander. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een particuliere borgtocht en niet van hoofdelijke aansprakelijkheid. Tevens werd geoordeeld dat schuldeiseres niet verplicht is het hypotheekrecht uit te winnen voordat zij de borgtocht inroept.
Het herstelvonnis corrigeert dat niet [gedaagde/eiser c.s.] maar [gedaagde c.s.] veroordeeld is in de proceskosten van een van de zaken. Beide partijen stemden in met deze verbetering. De rechtbank legde vast dat deze correctie op de minuut van het oorspronkelijke vonnis wordt vermeld en dat partijen de ontvangen vonnissen aan de griffie retourneren.
Het vonnis is gewezen door rechter W.S.J. Thijs en openbaar uitgesproken op 23 juli 2014.
Uitkomst: Het vonnis van 25 juni 2014 is hersteld door correctie van de proceskostenveroordeling ten gunste van de juiste partij.