Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
;
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een beroep tegen een informatiebeschikking van de Belastingdienst Amsterdam, gericht op het verkrijgen van gegevens over een buitenlandse bankrekening die eiser en/of zijn echtgenote in 1994 hielden. De beschikking is genomen in het kader van de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2009.
De rechtbank stelt vast dat op basis van een microfiche-afdruk en een ambtsedige verklaring vaststaat dat eiser gerechtigd was tot een bankrekening met een saldo van ruim f 23.000 bij de Kredietbank Luxembourg. Ondanks de ontkenning van eiser en zijn verklaring dat de rekening mogelijk per abuis op zijn naam stond, acht de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat de gevraagde gegevens relevant zijn voor de belastingheffing.
Eiser heeft niet voldaan aan zijn verplichting om de gevraagde informatie te verstrekken en wordt daartoe alsnog in de gelegenheid gesteld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst geen proceskosten toe en geeft verweerder de ruimte om op basis van de informatie de aanslag te bepalen en te handhaven.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland op 15 januari 2014. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser wordt verplicht alsnog de gevraagde gegevens te verstrekken.