ECLI:NL:RBNHO:2014:4954
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs woninginbraken en poging
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 28 mei 2014 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van drie woninginbraken en één poging daartoe, gepleegd in februari, april en mei 2013 in Den Helder. De tenlastelegging betrof het wederrechtelijk toe-eigenen van geld, sieraden en andere goederen door middel van braak en inklimming.
Het bewijs bestond uit het feit dat verdachte op 16 augustus 2013 werd aangehouden met twee schroevendraaiers die overeenkwamen met de werktuigsporen bij de inbraken. De officier van justitie baseerde zich daarnaast op de modus operandi en de locatie van de inbraken in de woonomgeving van verdachte.
De verdediging voerde aan dat het tijdsverloop tussen de inbraken en het aantreffen van de schroevendraaiers onvoldoende bewijs leverde dat verdachte op de tijdstippen van de inbraken in het bezit was van de gereedschappen. De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat verdachte de schroevendraaiers later bij zich droeg niet bewijst dat hij ook tijdens de inbraken de dader was. Er was geen aanvullend bewijs dat verdachte de feiten had gepleegd en de modus operandi was niet specifiek genoeg om alleen aan verdachte te worden toegeschreven.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en hief het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij de woninginbraken en poging.