Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
N.V. PWN Waterleidingbedrijf Noord‑Holland, te Velserbroek
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers zijn door de minister van Infrastructuur en Milieu verplicht tot het gedogen van de verlegging en aanpassing van een drinkwatertransportleiding op hun percelen vanwege de aanleg en reconstructie van de N23, een openbaar werk van algemeen nut. Verzoekers betwisten de noodzaak van de verlegging en stellen dat er onvoldoende is geprobeerd om tot een minnelijke regeling te komen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de noodzaak van de verlegging voldoende is aangetoond en dat PWN als eigenaar van de leiding een redelijke en serieuze poging heeft gedaan om tot overeenstemming te komen, waaronder het doen van een gespecificeerd vergoedingsofferte. Verzoekers hebben deze aanbiedingen niet gemotiveerd afgewezen en hun bezwaar tegen de gedoogplicht wordt niet gegrond verklaard.
De voorzieningenrechter onthoudt zich van een oordeel over de vraag of meer belemmering wordt aangebracht dan redelijkerwijs nodig is, omdat dit aan het gerechtshof is. Ook is geoordeeld dat het besluit niet onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de gedoogplicht voor de verlegging van de drinkwaterleiding wordt afgewezen.