Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
[nummer 4]";
Rechtbank Noord-Holland
Verweerder heeft een informatiebeschikking genomen op grond van artikel 52a Awr, omdat eiseres geen melding maakte van een buitenlandse bankrekening in haar aangifte inkomstenbelasting over de jaren 2000 tot en met 2010. Eiseres heeft de gevraagde informatie niet verstrekt, ondanks herhaalde verzoeken.
De rechtbank stelt vast dat uit microfiches en ambtsedige verklaringen blijkt dat eiseres of haar echtgenoot in 1994 een rekening bij een buitenlandse bank hielden met een aanzienlijk saldo. Dit rechtvaardigt het vermoeden dat de gevraagde gegevens van belang zijn voor de belastingheffing over 2009 en 2010.
De rechtbank oordeelt dat eiseres gehouden is de gevraagde informatie te verstrekken en dat de informatiebeschikking terecht is genomen. Zij krijgt alsnog de gelegenheid om binnen vier weken na onherroepelijkheid van de uitspraak aan deze verplichting te voldoen.
Proceskosten worden niet toegewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beschikking bevestigd.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de informatiebeschikking tegen eiseres.