Uitspraak
De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen verdachte onder primair na het tweede gedachtestreepje is ten laste is gelegd en dat zij daarvan moet worden vrijgesproken.
Rechtbank Noord-Holland
Op 12 december 2012 plaatste verdachte haar éénjarige zoontje in badwater met een temperatuur van circa 53 graden Celsius, waardoor het kind tweede- en derdegraads brandwonden opliep over ongeveer 50% van zijn lichaam. Het kind vertoonde pijnhuil en een schrikreactie, maar verdachte greep niet in en hield hem gefixeerd in het hete water.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte willens en wetens handelde met opzet, mede gelet op deskundigenrapporten die een gefixeerde houding en de hoge watertemperatuur bevestigen. De mishandeling leidde tot levenslange verminking, huidtransplantaties en gedwongen besnijdenis, met blijvende fysieke en psychische gevolgen voor het kind.
Verdachte voerde bewijsuitsluiting van het AMK-gesprek en volledige ontoerekeningsvatbaarheid aan, maar deze verweren werden verworpen. Wel werd rekening gehouden met haar borderline persoonlijkheidsstoornis en zwakbegaafdheid, waardoor zij als verminderd toerekeningsvatbaar werd beschouwd.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 93 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en stelde bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringstoezicht en ambulante psychische behandeling. De opgelegde straf houdt rekening met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 93 dagen gevangenisstraf waarvan 90 dagen voorwaardelijk wegens opzettelijke zware mishandeling van haar kind met ernstig letsel tot gevolg.