Uitspraak
[medeverdachte] d.d. 10 november 2013 (dossierparagraaf 1.1.5.);
[verdachte] d.d. 10 november 2013 (dossierparagraaf 1.2.5.);
[medeverdachte] d.d.12 november 2013 (dossierparagraaf 1.1.7.);
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft op 12 februari 2014 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van circa 3,3 kilogram cocaïne via Schiphol. Verdachte had samen met een medeverdachte een plan om vanuit Ecuador twee koffers met cocaïne naar Nederland te smokkelen, waarbij zij zich als stel moesten voordoen. De rechtbank achtte de nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten wettig en overtuigend bewezen.
Verdachte voerde aan dat hij pas vlak voor vertrek geconfronteerd werd met de drugs en dat hij onder psychische overmacht handelde vanwege bedreigingen aan het adres van zijn zoontje. Dit verweer werd door de rechtbank verworpen, omdat verdachte ook andere uitwegen had kunnen kiezen en hij bewust contact had gezocht met een criminele milieu.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, rekening houdend met het gewicht van de door hem ingevoerde hoeveelheid cocaïne (ongeveer 1,63 kilogram) en zijn persoonlijke omstandigheden. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van circa 3,3 kilogram cocaïne.