ECLI:NL:RBNHO:2014:2839
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs na aanrijding
Verzoeker is geconfronteerd met een besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen om zijn rijbewijs te schorsen en hem te verplichten mee te werken aan een rijvaardigheidsonderzoek, naar aanleiding van een aanrijding met forse schade waarbij hij doorreed. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en verzocht om schorsing van de schorsing via een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van spoedeisend belang, omdat verzoeker door neuropathische pijn en beperkte mobiliteit afhankelijk is van zijn rijbewijs. Tegelijkertijd zijn er duidelijke aanwijzingen dat verzoeker geestelijk en/of lichamelijk niet goed functioneert, mede door een hersenbloeding in 2011, medicijngebruik en alcoholconsumptie voorafgaand aan het incident.
De rechtbank weegt het belang van verkeersveiligheid zwaarder dan het persoonlijk belang van verzoeker en concludeert dat het besluit om het rijbewijs te schorsen naar verwachting in stand zal blijven. Ook kan het besluit gebaseerd worden op een alternatieve grond uit de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs wordt afgewezen.