Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte verhoor [slachtoffer 1] d.d. 1 december 2013 (dossierpagina 17);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1] d.d. 1 december 2013 (dossierpagina’s 20-22);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte ] d.d. 7 december 2013 (dossierpagina’s 144 en 145).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
24 maanden.
6 maanden,
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
- zich (uiterlijk) binnen vier werkdagen na diens vrijlating meldt bij Reclassering Nederland, toezichtunit 5 Noord-West te Alkmaar op het volgende adres: Rubenslaan 2-6. Hierna moet hij zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
- deelneemt aan gedragsinterventies, te weten GI-RN Cognitieve Vaardigheden en GI-RN Arbeidsvaardigheden (ArVa);
[slachtoffer 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 220,00(zegge: tweehonderdtwintig euro) bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 3.750(zegge: drieduizendenzevenhonderdvijftig euro) bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 2], te weten [slachtoffer 3], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
4 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
47 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.