Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
:C/15/218511/HA RK 14/76
1.[verzoeker 1]
[verzoeker 2]
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers hebben wraking van de kantonrechter verzocht naar aanleiding van een comparitie in een huurgeschil. Zij stelden dat de kantonrechter tijdens de zitting vooringenomen was, onder meer door het horen van publiek, het negeren van verzoekers en het aanhouden van de procedure.
De wrakingskamer heeft de aangevoerde gronden afzonderlijk en in samenhang beoordeeld. Het publiek bestond uit familie van verzoekers en er was geen bezwaar tegen hun aanwezigheid. De kantonrechter heeft fictieve situaties geschetst die niet als partijdigheid kunnen worden aangemerkt. Het aanhouden van de procedure voor het overleggen van een kadastraal uittreksel was gerechtvaardigd.
Ook de vermeende valsheid in geschrifte door het gebruik van de volledige naam van verzoeker sub 1 in een tussenvonnis werd niet als wrakingsgrond erkend. De wrakingskamer concludeert dat er geen objectieve reden is om aan te nemen dat de kantonrechter vooringenomen is of dat de vrees voor partijdigheid gerechtvaardigd is.
Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen en de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.