ECLI:NL:RBNHO:2014:10615
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen niet-geaccepteerde dotatie aan voorziening voor aansprakelijkstelling inzake CAO-schadeclaim
Eiseres, een vennootschap die deel uitmaakt van een fiscale eenheid, was aansprakelijk gesteld voor een aanzienlijke vordering van de Belastingdienst wegens niet-naleving van CAO-bepalingen door haar dochtermaatschappij[B]. Deze vordering betrof achterstallig loon en een forfaitaire schadevergoeding aan werknemers. Hoewel op balansdatum 31 december 2010 nog geen juridisch afdwingbare verplichting bestond, had eiseres een voorziening van €125.000 opgenomen.
De rechtbank oordeelde dat het vormen van een hogere voorziening niet gerechtvaardigd was op balansdatum, omdat de criteria van het baksteenarrest vereisen dat de uitgaven hun oorsprong vinden in feiten vóór de balansdatum en er een redelijke mate van zekerheid moet zijn dat de uitgaven zich zullen voordoen. Hoewel de eerste twee criteria waren vervuld, ontbrak het aan voldoende zekerheid op balansdatum dat de vordering betaald zou worden. Latere feiten, waaronder het feit dat het verhaal bij de dochtermaatschappij[B] was mislukt en de financiële positie van eiseres verslechterde, maakten het vrijwel zeker dat betaling niet zou plaatsvinden.
De rechtbank concludeerde dat de dotatie aan de voorziening van €1.175.000 terecht niet werd geaccepteerd door de Belastingdienst. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland op 21 november 2014.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de niet-geaccepteerde dotatie aan de voorziening wordt ongegrond verklaard.