Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2014 in de zaak tussen
[X], wonende te [Z], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale administratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil1. In geschil is of eiser motorrijtuigenbelasting mag voldoen naar het lage tarief van artikel 24b van de Wet MRB.
1) de belastingplichtige die hiervan gebruik wil maken, is ondernemer op de voet van artikel 7 van Pro de Wet OB, en 2) de bestelauto wordt meer dan bijkomstig in het kader van de onderneming gebruikt. Gelet op de ratio van de regeling, namelijk het voorkomen van lastenverzwaring voor ondernemers, dienen beide voorwaarden gezamenlijk in de beoordeling te worden betrokken en niet afzonderlijk. Om deze reden zullen de recente ontwikkelingen die eiser aanvoert om zijn standpunt te onderbouwen dat de grijskentekenregeling voor ondernemers tegenwoordig (wel) tot discriminatie leidt, worden beoordeeld aan de hand van beide voorwaarden.
Beslissing
mr. S.A. Carter, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 november 2014.