ECLI:NL:RBNHO:2013:CA3021
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Passagiers krijgen compensatie voor langdurige vluchtvertraging ondanks buitengewone omstandigheden
Passagiers hebben Transavia gedagvaard wegens een vertraging van 22 uur en 35 minuten op vlucht HV630 van La Palma naar Amsterdam op 2 april 2010. Zij vorderen compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 en het Sturgeon-arrest.
Transavia verweert zich primair met niet-ontvankelijkheid, omdat de passagiers een volmacht aan EUclaim B.V. hadden gegeven en een minderjarige passagier zonder rechterlijke machtiging zou procederen. Deze verweren worden verworpen omdat geen cessie is aangetoond en de machtiging voor de minderjarige is overgelegd.
De rechtbank oordeelt dat de buitengewone weersomstandigheden die de voorafgaande vlucht HV629 naar Tenerife noopten uit te wijken, niet doorwerken op de terugvlucht HV630. De vertraging op de terugvlucht is mede veroorzaakt door niet-buitengewone omstandigheden zoals te veel getankte brandstof en een technische servicecheck. Daarom is Transavia aansprakelijk voor compensatie van € 2.800 plus wettelijke rente. De vordering van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Transavia wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en compensatie, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Transavia wordt veroordeeld tot betaling van € 2.800 compensatie plus wettelijke rente aan passagiers wegens vluchtvertraging.