ECLI:NL:RBNHO:2013:CA2324
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Passagiers krijgen compensatie voor vluchtvertraging wegens technisch mankement geen buitengewone omstandigheid
De passagiers vorderden compensatie van Transavia wegens een vertraging van circa vijf uur op hun vlucht van Eindhoven naar Heraklion op 12 juni 2009. Transavia weigerde te betalen met het verweer dat sprake was van buitengewone omstandigheden vanwege een technisch mankement aan het antiskid systeem, waardoor het vliegtuig niet op de geplande luchthavens kon landen.
De rechtbank oordeelde dat het Sturgeon-arrest van het Europese Hof van Justitie ook van toepassing is op vertragingen voor het arrest en dat passagiers recht op compensatie kunnen hebben tenzij sprake is van buitengewone omstandigheden. De technische storing aan het antiskid systeem kwalificeert volgens de rechtbank niet als buitengewone omstandigheid, omdat deze inherent is aan de normale bedrijfsvoering van een luchtvaartmaatschappij en niet valt onder uitzonderingen zoals sabotage of verborgen fabricagefouten.
Transavia had onvoldoende aangetoond dat zij alle redelijke maatregelen had getroffen om de vertraging te voorkomen. De rechtbank wees het beroep op buitengewone omstandigheden af en veroordeelde Transavia tot betaling van € 800 aan compensatie, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, alles vermeerderd met wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Transavia is veroordeeld tot betaling van compensatie wegens vluchtvertraging omdat het technische mankement geen buitengewone omstandigheid vormt.