ECLI:NL:RBNHO:2013:CA1773
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en compensatie bij geannuleerde aansluitende vlucht met TAP Air Portugal
De passagiers sloten met TAP Air Portugal een vervoersovereenkomst voor een vlucht van Amsterdam naar Lissabon met aansluitende vlucht naar Salvador. De eerste vlucht werd geannuleerd vanwege een staking, waardoor passagiers met vertraging arriveerden en aansluitende vlucht werd gemist. TAP Air weigerde compensatie te betalen, stellende dat de staking buitengewone omstandigheden vormde en dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was voor de tweede vlucht.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat de vlucht vanuit Amsterdam vertrok en dat de vlucht als één geheel moet worden beschouwd voor compensatiedoeleinden. De staking werd niet als buitengewone omstandigheid erkend, omdat deze binnen de invloedsfeer van de luchtvaartmaatschappij valt. TAP Air werd veroordeeld tot betaling van compensatie aan de passagiers, waarbij voor de aansluitende vlucht een hoger bedrag werd toegekend.
De rechtbank wees de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende onderbouwing. TAP Air werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De uitspraak bevestigt dat stakingen van eigen personeel geen vrijstelling van compensatieplicht opleveren onder Verordening (EG) nr. 261/2004.
Uitkomst: TAP Air Portugal is veroordeeld tot betaling van compensatie aan passagiers wegens annulering en vertraging van aansluitende vlucht.