ECLI:NL:RBNHO:2013:CA0947
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens onredelijk beroep in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak betrof het geschil de hoogte van een proceskostenvergoeding na gedeeltelijke gegrondverklaring van een bezwaarschrift inzake de Wet waardering onroerende zaken. Verweerder had een proceskostenvergoeding toegekend, maar eiser stelde beroep in tegen de hoogte daarvan. Nadat verweerder aangaf dat de vergoeding te laag was vastgesteld, trok eiser het beroep in en verzocht om een afzonderlijke uitspraak over de proceskostenvergoeding.
De rechtbank overwoog dat de kosten redelijk moeten zijn en dat het inroepen van rechtsbijstand ook redelijk moet zijn geweest. Eiser had zonder rechtsbijstand verweerder kunnen informeren over de niet-vergoede omzetbelasting. Indien dit alleen via beroep bereikt kon worden, was het voor een geringe kwestie niet redelijk om rechtsbijstand in te roepen.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot veroordeling van verweerder in de proceskosten af. Wel werd het door eiser betaalde griffierecht van €42,- vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter G.W.J. Harten en is vatbaar voor hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens onredelijkheid van het instellen van beroep, wel vergoeding van griffierecht.