ECLI:NL:RBNHO:2013:CA0298
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatievordering passagiers wegens vluchtvertraging door staking luchtverkeersleiding afgewezen wegens ontbreken buitengewone omstandigheid
Passagiers sloten een vervoersovereenkomst met Transavia voor een vlucht van Groningen naar Malaga op 25 juni 2009, die met circa 4,5 uur vertraging plaatsvond. Zij vorderden compensatie van €2.000,00 op grond van EU-verordening 261/2004 en het Sturgeon-arrest. Transavia weigerde betaling en beriep zich op niet-ontvankelijkheid, overschrijding klachttermijn en buitengewone omstandigheden door staking van Griekse luchtverkeersleiders.
De rechtbank verwierp het verweer van niet-ontvankelijkheid omdat geen cessie was gesteld en de vordering binnen de wettelijke klachttermijn van twee jaar was ingesteld. Het Sturgeon-arrest bevestigt dat passagiers bij langdurige vertraging aanspraak op compensatie kunnen maken, tenzij sprake is van buitengewone omstandigheden.
De staking van de Griekse luchtverkeersleiding werd als buitengewone omstandigheid erkend, maar de rechtbank oordeelde dat deze niet de oorzaak was van de vertraging van de vlucht naar Malaga. De staking vond plaats in een ander deel van Europa en was zes uur voor de geplande vertrektijd beëindigd. Transavia had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vertraging ondanks alle redelijke maatregelen niet voorkomen kon worden.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Transavia werd veroordeeld tot betaling van €2.000,00 plus wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Transavia wordt veroordeeld tot betaling van €2.000,00 compensatie wegens vluchtvertraging, omdat de staking geen geldige buitengewone omstandigheid vormde.