ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ8953
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen ontheffing afschot damherten buiten leefgebied Noord-Holland
Gedeputeerde staten van Noord-Holland verleenden aan de Faunabeheereenheid ontheffing voor het doden van damherten die zich buiten het voor hen aangewezen leefgebied bevinden. Deze dieren veroorzaken aanzienlijke schade aan landbouwgewassen en leiden tot verkeersonveilige situaties door aanrijdingen. Stichting Faunabescherming betoogde dat er andere bevredigende oplossingen bestaan om deze schade te voorkomen, maar de rechtbank concludeerde dat de reeds ingezette maatregelen onvoldoende effectief zijn en dat andere middelen niet redelijkerwijs kunnen worden verlangd.
De rechtbank oordeelde dat de schadehistorie voldoende is vastgesteld en dat het belang bij het reguleren van de populatieomvang van damherten buiten het leefgebied terecht is aangenomen. Het terugdringen van het aantal damherten kan niet op een andere wijze dan door afschot, omdat alternatieven zoals verplaatsing, terugdrijven of anticonceptie niet effectief of toepasbaar zijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de ontheffing voor het afschot van damherten buiten het leefgebied wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.