ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ7872
Rechtbank Noord-Holland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot verbinden dwangsom aan fiscale inlichtingenverplichting op grond van artikel 47 AWR
De Belastingdienst vordert in kort geding dat de gedaagde wordt veroordeeld tot het doen van opgave van buitenlandse bankrekeningen vanaf 31 januari 1994, op straffe van een dwangsom, wegens weigering tot het verstrekken van informatie die voor belastingheffing van belang is, op grond van artikel 47 AWR Pro.
De gedaagde voert meerdere verweren, waaronder dat de Belastingdienst niet bevoegd is partij te zijn, dat er onvoldoende spoedeisend belang is, dat de dwangsom in strijd is met artikel 6 EVRM Pro, en dat de vordering strijdig is met het arrest BNB 1988/160. De voorzieningenrechter gaat op al deze verweren in en verwerpt ze op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De rechter stelt vast dat de identificatie van de gedaagde als rekeninghouder van de buitenlandse bankrekeningen onherroepelijk vaststaat en dat de gedaagde geen informatie heeft verstrekt ondanks herhaalde verzoeken. De vordering wordt toegewezen met een redelijke termijn voor nakoming en een gematigde en gemaximeerde dwangsom. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot opgave van buitenlandse bankrekeningen vanaf 1994 onder dwangsom en in de proceskosten.