ECLI:NL:RBNHO:2013:7894
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke invoer van 2,2 kg cocaïne via Schiphol
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk binnenbrengen van 2.226,2 gram cocaïne op 10 juni 2013 via Schiphol. Tijdens een verscherpte bagagecontrole werd in de bodem van haar rolkoffer cocaïne aangetroffen, bevestigd door een positieve cocaïnetest en een deskundigenrapport van het Douane Laboratorium.
Verdachte ontkende kennis te hebben van de drugs en stelde dat zij de koffer vervoerde voor een man die zij kort daarvoor in Brazilië had ontmoet. Haar raadsvrouw verzocht om nader onderzoek naar een mogelijke verstandelijke beperking, maar de rechtbank vond dit niet noodzakelijk gezien de verklaringen en het dossier.
De rechtbank oordeelde dat verdachte de aanmerkelijke kans op aanwezigheid van cocaïne bewust heeft aanvaard en daarmee voorwaardelijk opzet had. Gelet op de ernst van het feit, de hoeveelheid en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, werd een gevangenisstraf van 17 maanden opgelegd, conform de eis van de officier van justitie.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 17 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van cocaïne.