Uitspraak
Ontstaan en loop van het geding
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een beroep van eiseres tegen een ambtshalve opgelegde aanslag vennootschapsbelasting over 2008, vastgesteld op een belastbaar bedrag van €1.200.000, inclusief een verzuimboete en heffingsrente. Eiseres had geen aangifte ingediend en voerde aan dat het belastbaar bedrag te hoog was, maar onderbouwde dit niet.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 27e AWR de bewijslast om de aanslag te betwisten bij eiseres ligt, die niet aan deze verzwaarde bewijslast heeft voldaan. De Belastingdienst heeft een redelijke schatting gemaakt op basis van loon- en omzetbelastinggegevens en de vrijval van een garantievoorziening uit 2007.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, ook ten aanzien van de heffingsrente, omdat daartegen geen afzonderlijke grieven zijn ingebracht. De opgelegde verzuimboete van €567 wordt passend en geboden geacht. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2008 en de verzuimboete wordt ongegrond verklaard.