Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 december 2013 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal, verweerder
Aerdenhoutse Mixed Hockeyclub Rood-Wit, te Aerdenhout
Rechtbank Noord-Holland
Het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal verleende op 18 oktober 2011 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van 12 lichtmasten bij hockeyclub Rood-Wit. Eisers maakten bezwaar en stelden onder meer dat het welstandsadvies onterecht was gevolgd, dat de vergunning in strijd was met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en dat de vergunning strijdig zou zijn met de Flora- en faunawet.
De rechtbank oordeelde dat de toetsing van de vergunning beperkt is tot de limitatieve gronden genoemd in artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur en een belangenafweging konden niet worden betrokken bij de vergunningverlening, omdat deze al waren verwerkt in het bestemmingsplan. Het welstandsadvies was zorgvuldig tot stand gekomen en mocht worden gevolgd. Eisers hadden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet vereist was.
Verder stelde de rechtbank vast dat de vermeende toezegging van de gemeente om geen toestemming te verlenen voor lichtmasten betrekking had op privaatrechtelijke afspraken en geen invloed had op de vergunningverlening. Ook de klacht over een vermeende salamitactiek bij vergunningverlening faalde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland op 31 december 2013, en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het plaatsen van lichtmasten is ongegrond verklaard.