Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
binnen de provincie Noord-Holland,
2.Voorvragen
Proces-verbaal terzake CIE-informatieop 23 januari 2009 door de CIE aan de Rijksrecherche ter beschikking is gesteld. Hierop is door de Rijksrecherche een onderzoek gedaan naar mogelijke bevestiging van deze informatie. Dit kan niet als opsporingsonderzoek worden aangemerkt. Het opsporingsonderzoek is pas gestart op 29 september 2009 na het ontvangen van de informatie uit het onderzoek ‘Beige’ en na verkregen toestemming van de Coördinatie Commissie Rijksrecherche.
3. Inleiding
4.Bewijs
€ 5.950,), 6 en 8 (voor zover de bedragen binnengekomen zijn op rekening van M.O.V.E.) ten laste gelegde feiten.
van [medeverdachte 1], rechtbank) wordt geen enkele bedrijfsactiviteit verricht door [bedrijf 2] en ook niet door [bedrijf 1]: in feite worden uitsluitend noodzakelijke administratieve handelingen verricht om wettelijke verplichtingen na te komen. [medeverdachte 1] treedt af als directeur.
van de aandelen, rechtbank) uiterlijk twee weken na aantreding (als wethouder) van de opvolger van [medeverdachte 1] gerealiseerd te zijn. Mocht collegevorming op 1 november 2002 nog niet gerealiseerd te zijn dan dient terugkoop en teruglevering uiterlijk voor 15 november plaats te vinden. In zeer specifieke gevallen kan de inspecteur uiterlijk tot 31-12-2002 verlenging van de aankooptermijn verlenen.
verdachte, rechtbank) gericht aan [voornaam betrokkene 49] (
[e-mailadres betrokkene 49]) d.d. 13 november 2006 waarin “[voornaam verdachte]” kennelijk aan de secretaresse van medeverdachte [medeverdachte 1] vraagt om op diens verzoek voor het jaar 2007 een aantal afspraken in zijn (kantoor)agenda te zetten waaronder met medeverdachte [medeverdachte 2], [betrokkene 1] en [bedrijf 15]. [13] Uit het dossier komt naar voren dat dezen betrokken zijn geweest bij de ten aanzien van medeverdachte [medeverdachte 1] bewezen verklaarde delicten. Overigens wordt in diezelfde mail ook gevraagd een aantal afspraken vast te leggen die meer een privé karakter dragen.
[e-mailadres betrokkene 15 bij bedrijf 22]), waarin verdachte aan [betrokkene 15] het volgende meedeelt: “[voornaam medeverdachte 1] wil jou graag een rekening sturen voor een bedrag (7000 euro of zo) dat jij weer van iemand anders hebt gekregen. Affijn hij wilde graag weten waar hij die rekening heen moet sturen, aan welke bv en aan wie gericht en aan welk adres precies.”