Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met 19 producties, van 2 februari 2026,
Van Tellingen. Namens Transdev zijn mevrouw dr. [A] ( [functie 1] ), mevrouw mr. [B] ( [functie 2] ) en mevrouw [C] ( [functie 3] ) verschenen, bijgestaan door mr. Van der Velden-Rijnsburger.
2.Wat is de kern?
3.De beoordeling
directof
indirectwerkzaam zijn ten behoeve van de verrichting van het openbaar vervoer waarvoor de concessie werd verleend van rechtswege overgaan op de nieuwe concessiehouder.
enige betrokkenheidheeft bij de BTAR concessie.
Alleen hieruit volgt al dat in dit kort geding er niet vanuit kan worden gegaan dat [eiser] een (niet-herleidbaar) indirect betrokken werknemer is bij de concessie van BTAR.
Tijdens de zitting heeft Transdev op de vraag van de kantonrechter waaruit het relatieve omzetverlies en het aantal werknemers dat daardoor zou moeten overgaan blijkt en dit juist is, enkel geantwoord dat een onafhankelijke accountant dit heeft gecontroleerd. Transdev heeft deze stukken echter niet in de procedure gebracht. Dat betekent dat niet vastgesteld kan worden hoe het precies zit met het relatieve omzetverlies en de naar aanleiding daarvan tot stand gekomen berekening van het aantal op de transferlijst te plaatsen werknemers.
Duidelijk is inderdaad dat Transdev herhaaldelijk aan [eiser] een aanbod heeft gedaan om tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst over te gaan. Of dat hier meespeelt kan de kantonrechter niet beoordelen, maar het had juist gelet op dit standpunt van [eiser] des te meer op de weg van Transdev gelegen om in deze procedure inzichtelijk te maken dat zij [eiser] op objectieve gronden op de transferlijst heeft mogen plaatsen.