ECLI:NL:RBMNE:2026:869

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
11994517 MT VERZ 25-4783
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:379 BWArt. 1:380 BWArt. 1:391 BWArt. 1:441 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek ondercuratelestelling en instelling bewind en mentorschap

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 12 februari 2026 een verzoek tot ondercuratelestelling van betrokkene, ingediend door een instelling waar betrokkene verblijft. De kantonrechter oordeelde dat ondercuratelestelling een te verstrekkende maatregel is gezien de omstandigheden, en stelde in plaats daarvan bewind en mentorschap in.

De procedure kende meerdere schriftelijke stukken, een tussenbeschikking en een mondelinge behandeling waarbij betrokkene, vertegenwoordigers van verzoeker, de provisioneel bewindvoerder, de dochter van betrokkene en haar gemachtigde aanwezig waren. De kantonrechter nam ook kennis van een levenstestament waarin betrokkene haar dochter een volmacht gaf, en diverse verklaringen over de mentale toestand van betrokkene.

De kantonrechter concludeerde dat betrokkene niet in staat is haar financiën te overzien en beheren, ondanks het levenstestament. Er waren twijfels over de belangenbehartiging door de dochter, mede door financiële transacties en conflicten. Daarom werd een professionele bewindvoerder en mentor benoemd, waarbij de wens van betrokkene en het levenstestament werden gepasseerd in het belang van betrokkene.

De beschikking werd ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister en het provisioneel bewind werd beëindigd. De kantonrechter benadrukte dat de dochter en kleinzoon de overgemaakte gelden aan betrokkene moeten terugbetalen.

Uitkomst: Verzoek tot ondercuratelestelling afgewezen en bewind en mentorschap ingesteld ten behoeve van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Almere
zaaknummer : 11994517 MT VERZ 25-4783
datum : 12 februari 2026
beschikking op een verzoek tot ondercuratelestelling
op verzoek van:
[verzoeker] , namens Stichting Arkin,
in dezen vertegenwoordigd door: mevrouw [persoon1] ,
gevestigd te [plaats 1] ,
postadres: [adres 1] , [postcode 1] [plaats 1] ,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
verblijvende te [postcode 2] [plaats 1] , [adres 2] ,
wonende te [postcode 3] [woonplaats] , [adres 3] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 2 december 2025;
  • de e-mailberichten van verzoeker, ter griffie ingekomen op 5 december 2025 en 9 december 2025;
  • de brief van verzoeker, ter griffie ingekomen op 16 december 2025;
  • het e-mailbericht van [persoon2] , ter griffie ingekomen op 16 december 2025;
  • de e-mailberichten van mr. H. Loonstein, ter griffie ingekomen op 17 december 2025, 18 december 2025, 19 december 2025 en 14 januari 2026;
  • het e-mailbericht van de provisioneel bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 9 januari 2026;
  • het verweer namens [persoon2] , ter griffie ingekomen op 14 januari 2026;
  • de bereidverklaring van [bewindvoerder/mentor] B.V., ter griffie ingekomen op 30 januari 2026.
1.2.
De kantonrechter heeft op 11 december 2025 een tussenbeschikking gewezen in deze zaak. Voor een beschrijving van de procedure tot deze datum verwijst de kantonrechter naar die beschikking.
1.3.
Bij de beschikking van 11 december 2025 is [bewindvoerder 1] B.V. benoemd tot provisioneel bewindvoerder.
1.4.
Het verzoek is mondeling behandeld op 14 januari 2026. Voor deze zitting zijn verschenen:
- mevrouw [betrokkene] , betrokkene;
- mevrouw [persoon1] en mevrouw [persoon3] , namens verzoeker;
- mevrouw [persoon4] en mevrouw [persoon5] , namens [bewindvoerder 1] B.V.;
- mevrouw [persoon2] en haar gemachtigde mr. H. Loonstein;
- de heer [persoon6] , kleinzoon van betrokkene.
1.5.
Uit privacyoverwegingen is het verdere verloop van de procedure en de nadere inhoudelijke beoordeling opgenomen in een aparte bijlage bij deze beschikking. Deze bijlage maakt in zijn geheel onderdeel uit van deze beschikking.

2.De beoordeling

2.1.
Verzoeker vraagt om het instellen van een curatele voor betrokkene. Het verzoek is gebaseerd op de stelling dat betrokkene wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam haar belangen niet behoorlijk waarneemt of haar veiligheid of die van anderen in gevaar brengt en dat een voldoende behartiging van de belangen van betrokkene niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
2.2.
De kantonrechter is, gelet op de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting, van oordeel dat ondercuratelestelling, gezien de omstandigheden, als een te verstrekkende beperking van de rechten van de betrokkene is te beschouwen. Een (ambtshalve) in te stellen onderbewindstelling en mentorschap is in deze passend. Desgevraagd heeft [bewindvoerder/mentor] B.V., [adres 4] , [postcode 4] [plaats 2] , zich bereid verklaard het bewind en mentorschap op zich te nemen.
2.3.
De kantonrechter zal bepalen dat deze beschikking wordt ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
2.4.
Betrokkene is (op dit moment) niet in staat om de rekening en verantwoording te beoordelen. Betrokkene is op dit moment niet in staat om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 Burgerlijk Pro Wetboek.

3.De beslissing

De kantonrechter:
- verklaart het verzoek ontvankelijk;
- wijst het verzoek tot ondercuratelestelling van
[betrokkene]af;
- stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking een bewind in over de goederen die
[betrokkene](zullen) toebehoren vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand;
- stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking een mentorschap in ten behoeve van
[betrokkene]vanwege de geestelijke of lichamelijke toestand van betrokkene;
- benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot bewindvoerder en mentor:
[bewindvoerder/mentor] B.V., [adres 4] , [postcode 4] [plaats 2] ;
- bepaalt dat het einde van het provisioneel bewind binnen tien dagen na heden door de griffier zal worden bekendgemaakt in de Staatscourant;
- deze beschikking zal worden ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van Pro het Burgerlijk Wetboek;
- bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.
Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
BIJLAGE
=========================================================

4. Verdere verloop van de procedure en de beoordeling

De ontvankelijkheid van verzoeker
4.1.
Ter zitting heeft mr. Loonstein gesteld dat het verzoek niet-ontvankelijk verklaard moet worden.
Ten eerste voert hij aan dat de verzoeker zoals genoemd onder vraag 2b van het formulier, een organisatie is die niet bestaat het register van de Kamer van Koophandel. Bij vraag 2b staat ingevuld, [verzoeker] en contactpersoon mevrouw [persoon1] .
De kantonrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:379 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de instelling waar een betrokkene verblijft of die aan een betrokkene begeleiding biedt een verzoek tot ondercuratelestelling doen. Vast staat dat betrokkene sinds 21 augustus 2025 verblijft in het [verzoeker] in [plaats 1] . Door de rechtbank wordt gecontroleerd of degene die het verzoek heeft ondertekend daarvoor ook gemachtigd is door de juiste instelling. Op 9 december 2025 is die machtiging tezamen met een uittreksel van de Kamer van Koophandel ter griffie ontvangen. Onder de Stichting Arkin valt de handelsnaam [verzoeker] . [verzoeker] maakt dus onderdeel uit van de Stichting Arkin. De bestuurder van de Stichting Arkin heeft de geneesheer-directeur van Arkin gemachtigd een provisioneel bewind aan te vragen. De geneesheer-directeur heeft op zijn beurt volmacht verleend aan mevrouw [persoon1] . De kantonrechter is daarom van oordeel dat het verzoek ontvankelijk is. Dat in het verzoek [verzoeker] is ingevuld in plaats van Stichting Arkin, doet daar niet aan af. Het was en is voor iedereen duidelijk dat het verzoek afkomstig is van de instelling waar betrokkene verblijft.
4.2.
Ten tweede heeft mr. Loonstein aangevoerd dat de gegevens van dochter [persoon2] (hierna: dochter) niet zijn opgenomen in het verzoekschrift, terwijl die wel bekend waren bij verzoeker. Daarom voldoet het verzoek niet aan alle eisen en moet het niet-ontvankelijk verklaard worden. Het niet opnemen van gegevens van een belanghebbende valt echter niet onder vereisten die kunnen leiden tot niet-ontvankelijkheid van een verzoek. Nog los van de vraag of verzoeker de gegevens al dan niet beschikbaar had, wordt er door de rechtbank altijd een controle uitgevoerd bij een verzoekschrift. Het komt namelijk regelmatig voor dat belanghebbenden niet bekend zijn bij een verzoeker vanwege bijvoorbeeld familieproblemen waarbij er geen contact is tussen de familieleden. In beginsel is het uitgangspunt dat alle belanghebbenden worden gehoord door de rechtbank, reden waarom de rechtbank altijd ook zelf een controle uitvoert. Vanwege de spoedeisendheid is er in dit geval direct een tussenbeschikking gegeven, zonder iemand te horen. Dochter is aangemerkt als belanghebbende, heeft een afschrift van de beschikking ontvangen en is opgeroepen voor de zitting om gehoord te worden. Dit betekent dat ook dit verweer niet kan slagen.
4.3.
Verder stelt mr. Loonstein als preliminair verweer, althans zo heeft de kantonrechter dit opgevat, dat het inmiddels ingestelde hoger beroep tegen de beschikking van 11 december 2025 schorsende werking heeft, omdat in die beschikking niet staat vermeld dat deze uitvoerbaar bij voorraad is. De juridische implicatie van dit verweer ontgaat de kantonrechter, maar ten overvloede zal de kantonrechter hier toch op ingaan. In artikel 1:380 lid 1 BW Pro staat, onder andere, dat de beschikking het tijdstip vermeldt waarop de provisionele bewindvoering in werking treedt, in dit geval 11 december 2025. Dit betekent dat de beschikking van het provisioneel bewind van aanvang kracht van gewijsde heeft en dat een uitvoerbaarverklaring bij voorraad van die beschikking niet nodig is [1] .
De standpunten
4.4.
Het verzoek strekt tot ondercuratelestelling van betrokkene. Verzoeker legt aan haar verzoek ten grondslag dat er grote zorgen zijn over betrokkene. Zij is in augustus 2025 bij de instelling komen wonen. Tot nu toe heeft zij geen geld, geen persoonlijke verzorgingsmiddelen en heel weinig kleren. Dit terwijl betrokkene een eigen woning heeft. Verzoeker heeft begrepen dat dochter een hypotheek op de woning van betrokkene wil vestigen om aan financiële middelen te komen. Dochter heeft haar moeder echter in de drie maanden dat zij nu bij hen verblijft nog niet bezocht en geeft geen thuis op verzoeken om geld. Verzoeker vindt dat er sprake is van verwaarlozing als het gaat om zorg vanuit dochter naar betrokkene toe. Er is een huisvriend betrokken die door dochter is aangedragen voor praktische zaken. De huisvriend heeft tegen de instelling gezegd dat betrokkene altijd de waarheid verdraait, ondankbaar is en overal op neerkijkt. Verzoeker is het daar niet mee eens en ervaart betrokkene als vriendelijk, meegaand en zeer dankbaar in contact. Betrokkene heeft tegen verzoeker gezegd dat wanneer zij haar dochter vragen stelt over de financiën, dochter erg boos wordt op haar. Verzoeker heeft de indruk dat betrokkene erg onder druk en invloed van de dochter staat. De huisarts heeft telefonisch bij verzoeker aangegeven dat hij al jaren een indruk van ouderenmishandeling heeft. Op advies van Veilig Thuis heeft verzoeker een verzoek tot ondercuratelestelling ingediend. Verzoeker is van mening dat betrokkene bescherming nodig heeft van een professionele onafhankelijke curator.
4.5.
Voorafgaand aan de zitting heeft mr. Loonstein een kopie van het levenstestament van betrokkene opgestuurd. Dit levenstestament is op 11 augustus 2025 bij de notaris door betrokkene ondertekend. In het levenstestament geeft betrokkene een algehele volmacht aan haar dochter. De volmacht is direct ingegaan. Daarna heeft mr. Loonstein nog een aantal producties gestuurd, waaronder een verklaring van een Israëlische psychiater, dr. [persoon7] van 29 mei 2025. Deze psychiater heeft betrokkene onderzocht waarbij dochter optrad als vertaalster. De conclusie van de psychiater is dat de toestand van betrokkene stabiel is sinds haar immigratie naar Israël. Er is geen indruk van cognitieve achteruitgang en er is geen significante aantasting van haar oordeelsvermogen of beoordelingsvermogen. Zij is in staat om beslissingen te nemen, samen te werken met haar advocaat en juridische documenten te ondertekenen.
Voorts heeft mr. Loonstein nog verklaringen bijgevoegd van diverse mensen, waaronder de kleinzoon van betrokkene. Kort gezegd vindt de omgeving dat betrokkene niet steeds in staat is om een juist overzicht te hebben over haar financiën. Betrokkene is in de war, zeurt en wordt als lastig en veeleisend omschreven. Zij wil in luxe leven en haar verklaringen zijn vooral een (negatieve) schreeuw om aandacht. De koffer die dochter heeft ingepakt om mee te nemen naar de instelling, heeft betrokkene zelf weer half leeg gehaald omdat het niet goed genoeg was en daarom had zij weinig spullen mee toen zij bij het [verzoeker] kwam. Kleinzoon schrijft dat zijn oma de laatste jaren erg achteruit is gegaan en dat haar persoonlijkheid en karakter op een negatieve manier erg zijn veranderd. Zij doet alles om aandacht te krijgen en de mensen om haar heen lijden hieronder. Betrokkene heeft moeite om de juiste beslissingen te nemen.
4.6.
Op 9 januari 2026 heeft de provisioneel bewindvoerder een (financieel) verslag aan de rechtbank gestuurd. Daaruit blijkt dat er op 1 januari 2025 totaal € 66.685,45 op de rekeningen van betrokkene stond. Over de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 is er totaal € 28.189,88 ontvangen en totaal € 93.037,54 uitgegeven. Het valt de bewindvoerder op dat er in die periode slechts € 1.366,29 als leefgeld is aan te merken. Verder zijn er onder andere kosten gemaakt voor [loopbaanbegeleiding] van € 967,50 en is er € 850,00 betaald aan een makelaar voor een uitgevoerde taxatie ten behoeve van een financiering. Daarnaast is er in totaal € 39.670,79 overgemaakt naar de kleinzoon, waarvan
€ 35.000,00 op 15 december 2025, vlak na de uitspraak van het provisionele bewind, maar nog voor de provisionele bewindvoerder toegang had tot de rekeningen van betrokkene. Verder is er in totaal € 26.629,47 overgemaakt naar dochter. Samen is dat een bedrag van € 66.300,26 dat in 2025 naar dochter en kleinzoon is overgemaakt. Op 31 december 2025 stond er € 1.837,79 op de rekeningen van betrokkene.
4.7.
Ter zitting heeft mr. Loonstein namens dochter verweer gevoerd en primair verzocht om afwijzing van het verzoek tot ondercuratelestelling en opheffing van het provisionele bewind. Betrokkene is zelf in staat haar financiën te beheren al dan niet met behulp van dochter via het levenstestament. Mocht de kantonrechter aanleiding zien om toch een maatregel uit te spreken, is subsidiair verzocht om dochter uitvoerder van deze maatregel te maken. De grote bedragen die zijn overgemaakt van de rekening van betrokkene naar dochter en kleinzoon zijn nog steeds van betrokkene, maar zijn alleen veiliggesteld zodat de bewindvoerder er niet over kan beschikken. Dochter heeft verder verklaard dat door de uitspraak van het provisionele bewind een hypotheekaanvraag niet door kon gaan. De hypotheek oversluiten was nodig omdat het met de huidige hypotheek niet mogelijk is om bijvoorbeeld de woning te verhuren of een bedrijf te starten. Dochter wil de nieuwe hypotheek zelf gaan betalen. Er is via een huisvriend altijd contant geld aan betrokkene gegeven, een pinpas bleek moeilijk te regelen vanuit het buitenland. Verder heeft zij een conflict met de voormalig bewindvoerder van betrokkene, [bewindvoerder 2] B.V. gevestigd in [woonplaats] . Zij verwijt deze bewindvoerder niet goed voor de financiën van betrokkene te hebben gezorgd. Hij heeft de woning onder water gezet door de hypotheek te verhogen en wilde de woning voor een veel te laag bedrag verkopen om daar financieel voordeel uit te halen voor zichzelf. Dochter ervaart dat deze bewindvoerder haar het leven moeilijk wil maken.
4.8.
Op de zitting heeft de kantonrechter betrokkene eerst gehoord buiten aanwezigheid van de andere partijen. Zij heeft verklaard dat zij van het provisioneel bewind af wil. Anderhalf jaar geleden is zij vanuit Israël teruggekeerd naar Nederland. Betrokkene heeft verklaard dat zij samen met haar dochter de financiën beheert. Betrokkene zei verder niet op de hoogte te zijn van de uitgevoerde taxatie van de woning en ook niet van de hypotheekaanvraag. Zij gaf aan te vermoeden dat het was om te weten wat de woning zou opbrengen, maar zij wil de woning niet verkopen. Betrokkene wil geen bewindvoerder, geen curator en zij wil ook weg bij de instelling waar zij nu verblijft omdat zij boos is dat de instelling dit verzoekschrift heeft ingediend.
De beoordeling
4.9.
Voor de juiste beoordeling van het verzoek is het van belang vast te stellen dat betrokkene tot 16 januari 2025 onder bewind stond bij [bewindvoerder 2] B.V. te [woonplaats] . Dit bewind is opgeheven omdat betrokkene naar Israël was geëmigreerd en niet meer ingeschreven stond in Nederland.
4.10.
De kantonrechter zal het verzoek tot ondercuratelestelling afwijzen en een bewind en mentorschap instellen. Daarbij wordt voorop gesteld dat aan een levenstestament niet zomaar voorbij kan worden gegaan. Ook aan een door betrokkene uitgesproken persoonlijke voorkeur voor een curator dan wel bewindvoerder en mentor kan niet zomaar voorbij gegaan worden. Toch zal de kantonrechter in het onderhavige geval, in het belang van betrokkene, wel voorbijgaan aan het levenstestament en aan de wens van betrokkene. Hieronder wordt uitgelegd waarom de kantonrechter zo oordeelt.
4.11.
Het primaire verzoek van dochter betreft opheffing van het provisioneel bewind en afwijzing van het verzoek tot ondercuratelestelling. Betrokkene kan zelf de financiën beheren, al dan niet met hulp van dochter met het levenstestament. Op basis van het gesprek van betrokkene met de kantonrechter in combinatie met het verzoekschrift is de kantonrechter van oordeel dat betrokkene haar financiën niet meer overziet en niet kan beheren. Zij leek ter zitting niet goed op de hoogte van wat er met haar geld is gebeurd. Zo kon zij niet vertellen hoeveel geld er naar dochter en kleinzoon is overgeboekt, was zij onder andere niet op de hoogte van de taxatie, de kosten voor loopbaanbegeleiding en wist zij ook niet dat er nog kosten voor de auto worden gemaakt. De kantonrechter kan zich niet aan de indruk onttrekken dat zij antwoorden geeft in het belang van dochter en niet in haar eigen belang. Ook uit de bijgevoegde verklaringen ingediend door mr. Van Loonstein komt het beeld naar voren dat betrokkene niet steeds in staat is om haar financiën te overzien en te beheren. Dit strookt niet met de latere verklaringen ter zitting dat betrokkene prima in staat is haar financiën te doen en dat zij alleen digitaal hulp nodig heeft.
4.12.
Daarnaast twijfelt de kantonrechter op basis van de stukken en de zitting of dochter, of dit nu is als gevolmachtigde of als uitvoerder van een beschermingsmaatregel, altijd de belangen van betrokkene voorop zal stellen. Zo lijkt een nieuwe hypotheek niet in het belang van betrokkene. Zij krijgt immers al een aanvulling op haar inkomen uit de verzilverhypotheek die er al is. Hoewel dochter heeft verklaard de lasten van de nieuwe hypotheek te voldoen, blijkt niet uit het financiële verslag van de provisionele bewindvoerder dat er tot nu toe door haar wordt bijgedragen in de vaste lasten, terwijl zij en haar gezin wel in de woning van betrokkene verblijven.
4.13.
Het verblijf in de woning van betrokkene maakt dat dochter twee petten op heeft. Als gevolmachtigde/bewindvoerder moet zij immers toezien of gebruikers van de woning van betrokkene daar ook een vergoeding voor betalen. Tot op heden is niet nog niet gebleken dat dochter een woonvergoeding aan betrokkene heeft betaald en is het de vraag of zij het belang van betrokkene voorop zal stellen als zij benoemd wordt tot bewindvoerder. Daar komt nog bij dat uit het eerdere bewind dat bij deze rechtbank heeft gelopen, blijkt dat er tussen betrokkene en dochter zodanige onenigheid is geweest over onder andere geld, dat dit tot een civiele procedure heeft geleid. Tot slot is de verklaring dat het geld veilig gesteld moet worden voor een bewindvoerder een blijk van wantrouwen in het systeem van bewindvoerderschap en is het de vraag of zij bij een beschermingsbewind ook het toezicht van de kantonrechter op haar werkzaamheden zal toelaten.
4.14.
Bovenstaande geeft de kantonrechter voldoende aanleiding om voorbij te gaan aan het levenstestament en aan de wens van betrokkene dat haar dochter de financiën moet beheren.
Een ondercuratelestelling acht de kantonrechter in deze een te verstrekkende maatregel voor betrokkene. Een beschermingsmaatregel in de vorm van een bewind en mentorschap is wel op zijn plaats. Een professionele mentor kan objectief beoordelen of betrokkene op de beste plek zit of begeleiding bieden in een verhuizing naar een betere plek voor betrokkene.
4.15.
Het verzoek is om [bewindvoerder 1] B.V. tot curator te benoemen. Dit kantoor was benoemd tot provisioneel bewindvoerder en ter zitting heeft de bewindvoerder zich bereid verklaard het dossier voort te zetten. Eerder heeft betrokkene onder bewind gestaan bij [bewindvoerder 2] B.V. gevestigd in [woonplaats] . De beide kantoren [bewindvoerder 1] , [bewindvoerder 2] B.V. en [bewindvoerder 1] B.V., zijn twee gescheiden kantoren waartussen geen enkele zakelijke verbondenheid is. De kantonrechter kan zich echter voorstellen dat de naam gevoelig ligt bij betrokkene en dochter. Daarom zal de kantonrechter een andere professionele bewindvoerder en mentor benoemen. Desgevraagd heeft [bewindvoerder/mentor] B.V., [adres 4] , [postcode 4] [plaats 2] , zich bereid verklaard het bewind en mentorschap op zich te nemen.
4.16.
De kantonrechter wil tot slot opmerken dat zij er vanuit gaat dat met de benoeming van een andere onafhankelijke professionele bewindvoerder en mentor, de dochter en kleinzoon de naar hen overgemaakte gelden van betrokkene weer zullen overmaken naar de rekening van betrokkene.
mr. A.M. Crouwel 12 februari 2026
kantonrechter