Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
3.De motivering van de beslissing
HR:2014:3533) heeft de Hoge Raad overwogen dat de wet en de aard van de verzoekschriftprocedure zoals geregeld in artikel 261 Rv Pro zich niet verzetten tegen overeenkomstige toepassing van artikel 223 Rv Pro in verzoekschriftprocedures. De Hoge Raad heeft dan ook geoordeeld dat ook in andere gevallen in een verzoekschriftprocedure een incidenteel verzoek kan worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van het geding overeenkomstig artikel 223 Rv Pro.