Uitspraak
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn (het college),
[derde belanghebbende]uit [plaats] (de vergunninghouder)
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Baarn heeft verleend aan een vergunninghouder voor de bouw van een appartementengebouw met tien appartementen op een perceel in Baarn. De aanvraag betreft het bouwen, handelen in strijd met het bestemmingsplan en het kappen van drie bomen. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, maar het college verleende de vergunning op basis van een buitenplanse afwijking onder de Wabo.
De rechtbank stelt vast dat het bouwplan in strijd is met de bestemming Dienstverlening en ook met de bouwregels uit het bestemmingsplan, zoals overschrijding van bouwhoogtes en bouwen in de bebouwingsvrije zone. Het college erkent deze strijdigheden, maar heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze afwijkingen toch passen binnen een goede ruimtelijke ordening. Hierdoor kleeft aan het besluit een motiveringsgebrek.
Verder oordeelt de rechtbank dat het relativiteitsvereiste aan het beroep op de 30%-norm voor sociale woningbouw in de Visie Wonen 2019 in de weg staat, omdat deze norm niet is bedoeld ter bescherming van de belangen van eisers. Ook is het welstandsadvies van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit terecht aan het besluit ten grondslag gelegd. Eisers hebben geen concreet alternatief plan met minder bezwaren aangetoond en onvoldoende bewijs voor vooringenomenheid van het college geleverd.
De rechtbank geeft het college de gelegenheid om binnen vier weken het motiveringsgebrek te herstellen door een nadere motivering of een nieuwe vergunning. De verdere procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in de omgevingsvergunning en geeft het college de gelegenheid dit binnen vier weken te herstellen.