Uitspraak
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
€ 72,90 aan kosten is opgelegd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.D. Burggraaf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2026.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting inclusief een bedrag van €72,90 aan kosten. De heffingsambtenaar had deze kosten gebaseerd op een raming van het aantal naheffingsaanslagen, vastgesteld in de Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen 2023 gemeente Utrecht.
Eiser betoogde dat de gebruikte raming onjuist was omdat het aantal naheffingsaanslagen in voorgaande jaren hoger was dan de geraamde 91.939, en dat kosten voor vergunningensystemen, belparkeren en parkeerautomaten ten onrechte werden doorberekend. De rechtbank oordeelde dat de raming gebaseerd was op de meest recente beschikbare gegevens ten tijde van de besluitvorming en dat het gebruik van deze schatting gerechtvaardigd was.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de kosten voor vergunningensystemen, belparkeren en parkeerautomaten meer dan zijdelings samenhangen met de inning van niet betaalde parkeerbelastingen en daarom terecht in de kostenraming zijn opgenomen. De rechtbank verwees hierbij naar een recent arrest van de Hoge Raad van 23 januari 2026.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor eiser geen gelijk kreeg en geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter A. Rademaker op 9 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting en de kostenraming wordt ongegrond verklaard.