Uitspraak
[onderbewindgestelde],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer trad op 15 februari 2025 in dienst bij de werkgever voor een jaar. Na ziekmelding op 28 juli 2025 en detentie in België wegens mishandeling, verscheen hij herhaaldelijk niet op werkafspraken en reageerde niet op oproepen van de werkgever.
De werkgever sprak het ontslag op staande voet uit op 19 september 2025 wegens het niet nakomen van redelijke opdrachten en het niet verschijnen op kantoor, ondanks meerdere oproepen en waarschuwingen. De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat hij ziek was en daarom niet kon verschijnen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag rechtsgeldig was omdat de werknemer geen geldige reden gaf voor zijn afwezigheid, niet had gemeld ziek te zijn na 1 augustus 2025, en herhaaldelijk afspraken negeerde. De werkgever had voldoende pogingen gedaan om contact te leggen.
De werknemer kreeg gedeeltelijk gelijk voor betaling van achterstallig loon van 1 tot 19 augustus 2025, inclusief wettelijke verhoging en rente. De werknemer werd veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van €3.079,85 aan de werkgever en tot inlevering van bedrijfseigendommen binnen vijf dagen, onder dwangsom.
Beide partijen dragen hun eigen proceskosten, behalve de werknemer die de proceskosten van de werkgever moet vergoeden voor het tegenverzoek.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig; werknemer moet schadevergoeding betalen en loonachterstand deels wordt toegewezen.