ECLI:NL:RBMNE:2026:690

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
UTR 25/29-T
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 5.1 WooArt. 6:22 AwbArt. 7:3 AwbArt. 7:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over Woo-verzoek en openbaarmaking documenten naheffingsaanslagen parkeerbelasting

Eiser heeft een Woo-verzoek ingediend voor openbaarmaking van documenten die gebruikt zijn voor de berekening van de kosten van naheffingsaanslagen parkeerbelasting over 2021-2023. Het college wees dit verzoek aanvankelijk af, waarna de rechtbank oordeelde dat het college een nieuwe zoekslag moest doen en een nieuw besluit moest nemen.

Het college maakte enkele documenten openbaar, maar zag af van een hoorzitting in bezwaar, wat de rechtbank onterecht achtte omdat juist tijdens een hoorzitting de reikwijdte van het verzoek besproken had kunnen worden. Na precisering van het verzoek verstrekte het college aanvullende documenten, maar maakte deze niet op juiste wijze openbaar en motiveerde onvoldoende waarom bepaalde gegevens gelakt waren.

De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is. Het college krijgt vier weken de tijd om een nieuw besluit te nemen waarin de aanvullende documenten openbaar worden gemaakt en de weigeringsgronden beter worden gemotiveerd. De procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.

Uitkomst: Het college moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen waarin de aanvullende documenten openbaar worden gemaakt en de weigeringsgronden beter worden gemotiveerd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/29-T
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

(gemachtigde: mr. M.J.W. Gorissen).

Procesverloop

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 9 december 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiser over zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Bij dit Woo-verzoek heeft eiser, voor zover van belang, gevraagd om openbaarmaking van documenten die gebruikt zijn voor de berekening van de hoogte van de kosten van de naheffingsaanslagen parkeerbelasting over de jaren 2021, 2022 en 2023 alsmede de documenten die zijn gebruikt voor de onderbouwing van de kostenposten die bij die berekening betrokken zijn.
1.1.
Met het besluit van 10 maart 2023 (primaire besluit) heeft het college het Woo-verzoek afgewezen, omdat de gevraagde documenten al openbaar zijn. Het hiertegen gemaakte bezwaar van eiser heeft het college ongegrond verklaard.
1.2.
De rechtbank heeft in de uitspraak van 28 oktober 2024 geoordeeld dat het college het Woo-verzoek van eiser niet heeft mogen afwijzen. [1] De rechtbank heeft het college opgedragen een nieuwe zoekslag te doen naar de gevraagde documenten en daarover een nieuw besluit op eisers bezwaar te nemen.
1.3.
Met het bestreden besluit heeft het college uitvoering gegeven aan de uitspraak van de rechtbank. Daarbij heeft het college het bezwaar tegen het primaire besluit gegrond verklaard en beslist dat drie documenten ter onderbouwing van de kostenposten openbaar worden gemaakt.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit op 19 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.
1.5.
De rechtbank heeft op de zitting het onderzoek geschorst om partijen in de gelegenheid te stellen onderling tot een oplossing van het geschil te komen. Aan partijen is een verkort proces-verbaal gestuurd met afspraken. Daarbij is aan eiser gevraagd om te preciseren welke informatie of documenten over de onderbouwing van berekeningen van de kosten van de naheffingsaanslagen hij nog openbaar wil zien.
1.6.
Naar aanleiding van de precisering van eiser heeft het college op 13 november 2025 aanvullende documenten aan hem verstrekt. Daarin heeft het college bedrijfsvertrouwelijke gegevens en persoonsgegevens gelakt.
1.7.
Met de brief van 24 november 2025 heeft eiser hierop gereageerd.
1.8.
Eiser heeft de rechtbank bericht dat partijen niet tot een oplossing zijn gekomen. De rechtbank heeft met toestemming van partijen een nadere zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Mocht het college afzien van het horen van eiser op zijn bezwaar?
2. Eiser voert aan hij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar.
2.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat er een nieuwe beslissing op bezwaar is genomen ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank, en dat in zo’n geval ook buiten de gevallen genoemd in artikel 7:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van horen mag worden afgezien. Volgens het college is daarvan sprake omdat er geen nieuwe feiten of gegevens zijn, en het horen slechts leidt tot een herhaling van reeds ingenomen standpunten.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat in beroep is gebleken dat eiser zijn Woo-verzoek breder heeft bedoeld dan verweerder het heeft opgevat. Alleen al daarom heeft het college ten onrechte ervan afgezien om eiser te horen in bezwaar. Immers juist op de hoorzitting had het college met eiser de reikwijdte van zijn Woo-verzoek kunnen bespreken en had eiser kunnen preciseren welke documenten hij nog openbaar wilde zien, zoals hij nu in beroep heeft gedaan. Het beroep op de hoorplicht slaagt daarom.
2.3.
De rechtbank ziet geen aanleiding om het gebrek te passeren met artikel 6:22 van Pro de Awb, zoals het college heeft verzocht. Eiser is namelijk benadeeld doordat vanwege het ontbreken van een hoorzitting tussen partijen onduidelijkheid bleef bestaan over de reikwijdte van zijn verzoek. Dit is voor eiser aanleiding geweest om beroep in te stellen. De rechtbank ziet wel aanleiding om te oordelen dat inmiddels een hoorzitting niet meer nodig is, omdat eiser op de zitting en ook na de zitting de gelegenheid heeft gehad om aan verweerder duidelijk te maken welke informatie hij wilde ontvangen.
Vallen de aanvullende documenten onder het Woo-verzoek?
3. Eiser voert verder aan dat de documenten die het college in beroep aanvullend aan hem heeft verstrekt al onder het oorspronkelijke Woo-verzoek vielen. De stukken zijn immers gebruikt bij het vaststellen van de hoogte van de kosten van de naheffingsaanslagen of dienen ter onderbouwing van de daarbij betrokken kostenposten. De zoekslag in het bestreden besluit was dus onvolledig.
3.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat ook zonder de aanvullende documenten die aan eiser zijn verstrekt na de precisering van zijn Woo-verzoek in beroep, al aan het Woo-verzoek was voldaan.
3.2.
De rechtbank stelt vast dat het college na de precisering in beroep een nieuwe zoekslag heeft gedaan en daarbij nog meer documenten heeft aangetroffen. Het college heeft deze documenten aan eiser verstrekt. De rechtbank is, anders dan het college, van oordeel dat die aanvullende documenten onder de reikwijdte van het oorspronkelijke Woo-verzoek vallen. Het college heeft namelijk in beroep aanvullende documenten verstrekt, die ook zien op de onderbouwing van de kostenposten die bij de berekeningen van de kosten van de hoogte van de naheffingsaanslagen parkeerbelasting over de jaren 2021, 2022 en 2023 zijn gebruikt. Zo is onder meer het Besluit gemeentelijke parkeerbelasting, geldend vanaf 1 juli 2019, verstrekt. Daarin wordt een toelichting gegeven op de raming van het tarief 2020. Ook voor de jaren 2021 en 2022 zijn meer documenten verstrekt waarin de ramingen van het tarief nader zijn toegelicht. Verder zijn diverse Excelbestanden verstrekt waarin (onderdelen van) kostenposten nader zijn berekend. De rechtbank is van oordeel dat al deze documenten en de Excelbestanden met berekeningen onder het oorspronkelijke Woo-verzoek vallen en dat het college die documenten bij het bestreden besluit dus openbaar had moeten maken.
Is de zoekslag inmiddels voldoende zorgvuldig uitgevoerd?
4. Eiser heeft in zijn aanvullende gronden niet gesteld dat er nog meer informatie of documenten zouden ontbreken die onder reikwijdte van het Woo-verzoek vallen. Ook de rechtbank heeft geen aanwijzingen dat de zoekslag die het college inmiddels heeft uitgevoerd naar de Woo-documenten onvoldoende zorgvuldig is geweest. De rechtbank is daarom van oordeel dat de zoekslag met het verstrekken van de aanvullende documenten volledig is geweest.
Heeft het college de aanvullende documenten op de juiste wijze openbaar gemaakt?
5. De rechtbank stelt vast dat het college de aanvullende Woo-documenten aan eiser heeft verstrekt in de vorm van een aanvullende toelichting en niet in de vorm van het nemen van een nieuw besluit. De rechtbank is van oordeel dat het college daarmee de Woo-documenten niet op juiste wijze openbaar heeft gemaakt. Het college moet daarom alsnog een nieuw besluit op bezwaar nemen, waarbij de aanvullende Woo-documenten openbaar worden gemaakt.
Zijn de weigeringsgronden voldoende gemotiveerd?
6. Volgens eiser heeft het college de toepassing van de relatieve uitzonderingsgronden voor geheimhouding van gegevens binnen de verstrekte documenten onvoldoende gemotiveerd.
6.1.
De rechtbank stelt vast dat het college in de aanvullende documenten een aantal gegevens heeft gelakt onder verwijzing naar de weigeringsgronden van de artikelen 5.1, tweede lid, onder d en 5.1, tweede lid, onder e van de Woo. Uit de email van 13 november 2025 van het college die naar de gemachtigde is gestuurd, blijkt dat het daarbij gaat om bedragen die deel uit maken van aanbestedingen, waarvan de openbaarmaking de onderhandelings- of aanbestedingspositie van de gemeente kan schaden. Uit deze toelichting leidt de rechtbank af dat het gaat om bedrijfsgevoelige informatie en dat het college heeft bedoeld de openbaarmaking van die informatie te weigeren op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder b of f van de Woo. Dit betekent dat in de documenten een onjuiste weigeringsgrond is genoemd.
6.2.
De rechtbank is van oordeel dat het college met de algemene verwijzing naar aanbestedingen en de onderhandelingspositie van de gemeente de weigeringsgronden van de artikelen 5.1, tweede lid, onder b, onder d, onder e en/of onder f van de Woo onvoldoende heeft gemotiveerd. Evenmin heeft het college gemotiveerd waarom de economische of financiële belangen van de gemeente en de belangen van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, zwaarder zouden moeten wegen dan het belang van openbaarmaking. Het college moet die motivering in het nieuw te nemen besluit op bezwaar alsnog geven. Zonder nadere deugdelijke motivering van het college kan de rechtbank de toepassing van de weigeringsgronden in de aanvullende documenten niet beoordelen.

Conclusie en gevolgen

7. Dit alles leidt voor de rechtbank tot de conclusie dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. Het bestreden besluit is daarom gebrekkig tot stand gekomen. [2] Omdat de gebreken kunnen worden hersteld, ziet de rechtbank aanleiding om een tussenuitspraak [3] te doen en het college in de gelegenheid te stellen de geconstateerde gebreken te herstellen. [4]
7.1.
Het college kan de gebreken herstellen door een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij de aanvullende documenten die in beroep aan eiser zijn verstrekt, alsnog openbaar worden gemaakt. Verder moet het college in het nieuw te nemen besluit de weigeringsgronden van de gelakte gegevens beter motiveren. Indien en voor zover de weigeringsgrond van artikel 5.1, tweede lid onder b dan wel f van toepassing is, moet het college die weigeringsgrond corrigeren en motiveren.
7.2.
De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het college de gebreken kan herstellen op vier weken na verzending van deze tussenuitspraak.
7.3.
Het college moet zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of het gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen. [5] Als het college gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het college. In beginsel, ook in de situatie dat het college de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
7.4.
Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak, omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht.
7.5.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over het verzoek om schadevergoeding, over de proceskosten en over het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:
- draagt het college op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of het gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen;
- stelt het college in de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Voetnoten

2.Wegens strijd met artikel 3:2 en Pro artikel 7:12 van Pro de Awb.
3.Op grond van artikel 8:80a van de Awb.
4.Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb.
5.Op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb.